Psychomotorische therapeuten

Psychomotoriek is de wisselwerking tussen denken en voelen (psyche) en bewegen (motoriek).

Om te badmintonnen, moet je kunnen lopen, reiken en slaan (motoriek). Je moet echter ook snelheid, afstand en kracht kunnen inschatten (denken). Je zelfvertrouwen, enthousiasme, agressiviteit (gevoel) zullen je spel eveneens beïnvloeden.

De psychomotorisch therapeut werkt aan:

Lichaamsbesef
Bewust worden en kennen van je lichaamsdelen, van je houdingen en bewegingen. Dit is nodig om correct te kunnen bewegen (grove motoriek).

Grove motoriek
Een aantal vaardigheden (lopen, springen, kruipen, evenwicht, balvaardigheid, ooghandcoördinatie …) die nog moeilijk zijn of die onvoldoende geautomatiseerd zijn, worden aangeleerd of ingeoefend op een speelse manier. Het kind zal hierdoor in het dagelijks leven gemakkelijker functioneren.

Ruimtelijke oriëntatie

Aanleren van ruimtelijke begippen (op/onder/boven, voor/achter, ...) en richting (naar boven/onder, naar links/rechts,...) en het kunnen toepassen hiervan. Leren vormen herkennen en hoe voorwerpen ten opzichte van elkaar staan.

Dit alles is nodig om te leren lezen, rekenen, kaartlezen en b.v. een kast in elkaar te zetten aan de hand van een plan.